Monica De Coninck over leiderschap: “Als minister heb ik één vierkante centimeter speelruimte.”

Het maximale halen uit één vierkante centimeter speelruimte, dat vatte mooi samen hoe onze minister van werk haar rol ziet. Het is ook dé leiderschapsparadox bij uitstek waarin veel leiders zich herkennen: hoe meer verantwoordelijkheid, hoe kleiner het gevoel van controle en sturing. Gisterenavond hield De Coninck voor de alumni van Antwerp Management School een boeiend en doorleefd betoog over haar beleidsdomein, doorspekt met cijfers en anecdotes die ze uit haar ervaring als Antwerps schepen en voorzitter van het OCMW haalt. Daarna kon ik haar enkele vragen stellen over haar leiderschap. Een samenvatting in vijf punten.

1. Leiderschap is een kwestie van de lange termijn. “Ook als voorzitter van het OCMW dachten we tien jaar ver. Dat is niet gemakkelijk, maar je moet die oefening blijven doen. Dat zorgt ook voor creativiteit. Het valt me bv. op dat Belgische bedrijven maar 2, 3 jaar vooruitdenken en misschien daardoor ook niet echt innovatief zijn.” Ook als minister werkt ze vanuit de lange termijn, “ook al heb ik maar 2 jaar en wordt mijn beleidsdomein geregionaliseerd, en moet ik om stemmen te halen op de korte termijn scoren.”

2. Leiderschap is communicatie. Op het einde van haar betoog vroeg ze zich luidop af of haar betoog “niet te simpel” geweest was. Door zichzelf in vraag te stellen, stelde ze als alumna van de master in publiek management ook de management school, maar meer nog het maatschappelijke kluwen van regels in vraag. “Ik vind het belangrijk de dingen eenvoudig te houden. Ik heb geleerd dat mensen niet graag veranderen en dat je dingen niet een keer, maar honderd keer moet uitleggen in een taal die ze verstaan.” Daar slaagde ze gisteren avond met brio in. Ze had het over “al wie poten en oren heeft moet werken”, over “zure en zoete maatregelen”, over “rechten en plichten”, “de leegloop van de arbeidsmarkt”, de “vergroening en verwitting van de stad”. Haar eenvoudige taal maakte indruk.

3. Leiderschap is de kunst van het haalbare. Haar opener kon tellen: “Het is een probleem dat politici te veel verkondigen en niet kunnen inschatten hoe moeilijk het is om hun ideëen geïmplementeerd te krijgen. Dat was in Antwerpen al een klus. Ik kan je verzekeren dat in Brussel…” Ze maakte haar zin niet af. Het typeert De Coninck dan ook dat haar verhaal een opsomming van concrete maatregelen was. Geen grootse visies of beloftes maar actie. De Coninck is een doener. “We missen managementvaardigheden in de politiek. Daar ligt nog ruimte om te besparen.” Over haar eigen opleiding als Master in public management zei ze: “Ik kreeg daar binnen de politiek kritiek op, alsof politiek zich niet met management moet bezig houden. Ik wou wel eens zien en leren wat management concreet kan bijdragen aan de politiek.”

4. De Conincks leiderschap laat zich verder typeren door respect en persoonlijk sterke waarden, waarin transparante solidariteit centraal staat. De Coninck is van opleiding moraalwetenschapper, was jarenlang Europees actief en werd in Antwerpen geconfronteerd met immense diversiteit: “175 nationaliteiten, en eigenlijk maal twee als je man en vrouw meerekent, en die kijken allemaal vanuit hun eigen achtergrond naar wat we doen.” Wellicht is het juist die diversiteit die haar waardenverhaal gepolijst heeft tot sterke overtuigingen die centraal staan in alles wat ze doet: “Ik wil vanuit emancipatie mensen sterker maken. We hebben dat in Antwerpen met succes gedaan en die lijn wil ik doortrekken. Een voorbeeld: het is heel gemakkelijk om werkwilligen van profiteurs te onderscheiden. Heel gemakkelijk. Als je een werkwillige werk aanbiedt, dan probeert hij of zij. Je kan daarna nog altijd bijsturen, opleiden enz. Een profiteur probeert niet eens.”  De Coninck schuwt moraliteit niet in haar betoog, draait niet rond de pot. Verfrissend.

5. Tot slot en misschien de kern van haar leiderschap: persoonlijke werkethiek. De Coninck referereerde zelf spontaan naar haar afkomst bij de vraag naar haar leiderschap: “Ik ben een Westvlaamse, ik heb geleerd om hard te werken. Ik heb een sterke werkethiek en ben ook veeleisend voor mijn mensen. In mijn familie noemde men mij “tiranniek”. Ik wil het altijd beter doen, veel veranderen. Gaandeweg heb ik geleerd dat alles zelf doen niet duurzaam. Ik probeer meer los te laten. Maar da’s niet gemakkelijk.”

Een sterke werkethiek, geankerd in een duidelijk waardenverhaal, vanuit een doorleefde visie op de toekomst, gefocust op haalbare acties en blijven op de nagel kloppen, zo claimt De Coninck haar leiderschap binnen haar speelruimte van “één vierkante centimeter”.

Any comment?

About Koen Marichal

Director Future Leadership Initiative at Antwerp Management School
This entry was posted in 15. Systemic thinking & politics, Dutch, Leader interviews & opinions and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Monica De Coninck over leiderschap: “Als minister heb ik één vierkante centimeter speelruimte.”

  1. Heel sterke laatste alinea als samenvatting. Prachtig.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s