Tijd voor 2.0 rankings voor business schools

Weinig organisaties worden mondiaal zo gebenchmarkt als business schools. Dit komt de transparantie ten goede, alhoewel er stilaan nood is aan een ranking van de veelheid aan rankings. Maar voor ondernemende studenten, onderzoekers, professoren en bedrijven is er veel informatie gestandaardiseerd beschikbaar. Da’s een goede zaak. De potentiële cv-power van de gekozen school is helder. Vraag is: meten we nog wel de juiste dingen?

We zoomen in op de methodologie van de FT rangschikking van de executive MBA’s (EMBA), de paradepaardjes van de business schools. Deze logica geldt ook voor andere programma’s & organisaties. De rangschikking wordt voor 55 % bepaald door zelf-rapportering van de deelnemers over hun salaris(stijging), promotie e.d.m. Voor 25 % van de criteria leveren de scholen zelf informatie, o.a. over de diversiteit van hun professorenkorps. Voor de resterende 20 % onderzoekt de FT zelf het wetenschappelijke niveau van de scholen, o.a. het aantal artikels in de top 45 ‘journals’.

De bevraging gebeurt met de nodige ernst. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Maar wat men meet is vooral de persoonlijke en instrumentele waarde van EMBA’s. Lonen van werknemers in de publieke of non-for-profit organisaties worden bv. uitgesloten. Bovendien lijken de criteria niet onafhankelijk. Zo is een hoge correlatie te verwachten tussen ‘grootte van onderneming’, ‘promotie’, ‘internationaal werken’ en ‘huidig salaris’ en ‘salarisstijgingen’. Men kan zich ook afvragen of programma’s uit het verleden die vandaag tot individueel ‘carrièresucces’ leiden, wel een goede voorspeller zijn voor de toekomst voor het leiderschap van organisaties in de toekomst. Andere wenselijke factoren als duurzaamheid, entrepreneurship, innovatie worden immers niet gemeten.

Zo krijg je de McDonaldisering van de business schools. De socioloog George Ritzer (1993) typeert ‘McDonald’ organisaties als ‘efficiënt, voorspelbaar, berekenbaar en beheersbaar’. De beste business schools werken ‘lean’ aan het succes van hun klanten: toponderzoek voor topprogramma’s voor (financieel) succes van topdeelnemers in topbedrijven. Doordat alle business schools op dezelfde manier afgerekend worden, beginnen ze ook allemaal op elkaar te lijken. Dezelfde case studies doen wereldwijd de ronde, terwijl er een steeds grotere roep is om programma’s te individualiseren. Iedereen is verschillend, maar toch krijgt iedereen dezelfde opleiding.

Er zit heel wat zand in dit raderwerk dat zo succesvol was de voorbije 20 jaar. De pleidooien voor verandering klinken luider en luider. Of the record zijn weinig bedrijven blij met de beloftes van business schools.  Een veel gehoorde kritiek is dat een MBA’s en loyaliteit niet samengaan. Maar het wantrouwen reikt verder. Weinig organisaties ervaren nog dagdagelijks succes of lopen over van vertrouwen in de toekomst. De nieuwe, taaie, complexe problemen vragen om diepgaande verandering. Daarvoor zijn business schools geen natuurlijke bondgenoten. Ze zijn door het hele ranking systeem en de ‘traag voortschrijdende wetenschap’ een conservatieve factor in de economie. “Company sponsorship is dropping like a rock,” getuigt Eric Weber, associate Dean van de top school IESE. De FT rapporteert in hetzelfde artikel ook een dalend aantal inschrijvingen.

Het debat wordt ook maatschappelijk gevoerd. Wereldleiders als Obama, Paus Benedictus en Ban Ki Moon bepleiten de nood aan maatschappelijk ingebed kapitalisme. Ook decanen van business schools en onderzoekers wijzen op de noodzaak van ‘postmoderne’ business schools, met meer aandacht voor verantwoordelijk leiderschap. Heel wat initiatieven getuigen van de oprechtheid van hun analyse en bekommernis: community projecten in programma’s, de aandacht voor ethiek, maatschappelijk verantwoord ondernemen en authentiek leiderschap, de ‘MBA oath’ die door Harvard studenten zelf ontwikkeld is. Dat dit laatste geen ijdele intentieverklaring is bleek gisteren nog met een walk-out-actie.

Maar het wantrouwen blijft diep. De elite-dynamiek ten dienste van mondiaal kapitalisme blijft intact, getuige ook de steeds exorbitantere prijzen die gevraagd worden. Meer en meer global MBA programma’s overschrijden de kaap van 150.000$, hetzij 250$ per uur. Ze worden gedreven door de toenemende concurrentie, vooral vanuit de BRIC-landen. Maar leiden ze ook de verantwoordelijke wereldleiders van de toekomst op? Stoppen ze met het ‘pleasen’ van het globaal kapitalisme? Doen ze meer dan hun deelnemers ‘teasen’ op hun waarden en identiteit?

Echt leiderschap doorbreekt de status quo, de vicieuze cirkels, toont de weg vooruit en doet niet ‘nog harder meer van hetzelfde’. Voor business schools betekent dit dat ze loskomen van hun  uitsluitend ‘economisch succes’ paradigma, en ook diepgaande verandering van mensen en organisaties beogen. Ze houden zich bezig met het ontwikkelen van een leiderschaps- in plaats van managersidentiteit bij hun studenten en deelnemers. Ze leren hen onafhankelijk, kritisch & ethisch denken vanuit een breed en globaal perspectief. Wellicht betekent dit ook dat ze zich actief inzetten voor nieuwere, 2.0 ranking methodes. Deze scholen herbevestigen hun onafhankelijkheid in denken en doen en overstijgen de lading die de vlag ‘business school’ vandaag nog zo hard dekt.

Any comment?

Koen Marichal
Jesse Segers

About Koen Marichal

Director Future Leadership Initiative at Antwerp Management School
This entry was posted in Comments & events, Dutch and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s